Sentierotraining & coaching

Bureau voor persoonlijke ontwikkeling en effectieve communicatie

Wat moet jij allemaal doen?


Fietsend op weg naar een afspraak laat ik mijn gedachten de vrije loop. Er komt van alles naar boven met betrekking op de dingen die die dag op het programma staan. Zoals: Ik moet niet vergeten vandaag Els te bellen, het rapport moet vandaag opgeleverd worden en er staan nog mails open die ik vandaag moet beantwoorden. Het fietsen lijkt ineens wat zwaarder te gaan…

Herken jij dat ook? Dat er nog zoveel dingen moeten gebeuren? Maar van wie moet je dat eigenlijk allemaal? En wat gebeurt er als je Els vandaag niet belt? Negen van de tien keer is het een opdracht die jij jezelf gegeven hebt! En waarschijnlijk gebeurt er helemaal niets als het vandaag niet lukt om Els te bellen. Dus, waarom moet het persé vandaag?

Het werkwoord moeten kan enorm belemmerend werken. Stel, je hebt met jezelf afgesproken dat je vandaag Els moet bellen. Dat betekent dus dat je ELS VANDAAG MOET bellen. Als je het morgen of overmorgen doet is het niet goed. Het moet vandaag, en anders hoeft het niet meer. Dat is wat je onbewust tegen jezelf zegt wanneer je moeten gebruikt!

En stel je nu eens voor dat het je, door legitieme omstandigheden, niet gelukt is vandaag. Dan kijk je waarschijnlijk ’s avonds niet met een positief gevoel terug op de dag. Je hebt namelijk Els niet teruggebeld, terwijl je dat wel moest doen. En dat leidt weer tot conclusies en aannames die waarschijnlijk niet kloppen. Zoals; 'dat vindt Els vast niet leuk', 'dit is slecht voor mijn contact met Els' of 'wat slecht van mij dat ik haar niet gebeld heb'. Waarschijnlijk heb je een heleboel andere dingen wèl gedaan. Maar aan het bellen met Els ben je niet toegekomen. Dus terwijl je een hele vruchtbare dag hebt gehad, ben je toch niet tevreden. En dat is jammer!

Wat kun je doen om dit te veranderen? Het helpt om het werkwoord moeten te veranderen in willen. Dus: Ik wil vandaag Els bellen! Als je deze zin uitspreekt, dan voel je gewoon dat je het woord 'en' er zo maar achter zou kunnen zetten.

Ik wil vandaag Els bellen! En als dat vandaag niet lukt, …

-       dan doe ik dat morgenvroeg vóór het koffiemoment.

-       zal ik in ieder geval een appje sturen. Zo weet ze dat ik haar niet vergeet.

-       enzovoort.

Een zin met het werkwoord willen erin geeft veel meer ruimte dan een zin met het werkwoord moeten. Het geeft ruimte om het op een manier te doen die past bij jou en bij de situatie zoals die zich voordoet. Als je Els nu niet gebeld hebt is de kans groot dat je met een veel beter gevoel terugkijkt op de dag. Ondanks dat je (nog) niet hebt gedaan wat je je voorgenomen had. Je wilde vandaag Els bellen, maar dat is helaas niet gelukt. Gelukkig reageerde ze goed op het appje dat je stuurde. En gelukkig heb je vandaag een heleboel dingen wel in de steigers gezet!

Als jij regelmatig het werkwoord moeten gebruikt, zet dan de volgende stappen:

1.    Wees je bewust wanneer je het werkwoord moeten gebruikt.

2.    Daag jezelf uit. Van wie moet je dat? Wat gebeurt er als het niet lukt? Lach erom!

3.    Vervang het werkwoord moeten door willen.

4.    Vul je willen-zin aan. Bijvoorbeeld; Ik wil Els vandaag bellen. En als dat niet lukt, schaadt dat ons contact niet. Ik laat dan in ieder geval weten dat ik haar niet vergeet.

Terug naar artikelen


Of lees het artikel

'Gun jezelf een coach'

Elke reis begint met de eerste stap


Geen nieuws missen?


Volg Sentiero training & coaching en ontvang als eerste een e-mail met het laatste nieuws.